Dwars

Ik ga niet!” Mijn zoon wil niet naar boven om te gaan slapen en blijft krampachtig zitten op de bank. Ik ben wanhopig. “Je moet. Anders kom je de volgende dag niet meer uit je bed, omdat je zo moe bent.”, verzucht ik. Met veel tegenzin komt hij van de bank en tergend langzaam loopt hij de trap op. Het bedritueel is al de hele week onderwerp van strijd. Aardig zijn of boos worden haalt niks uit. Mijn zoon gaat pas naar bed na herhaaldelijk aandringen. De laatste paar dagen ligt hij zelfs een uur later in bed dan normaal. Wat nu?

Ik besluit om te achterhalen wat er aan de hand is en ga op de rand van zijn bed zitten. In gedachten probeer ik mijn ergernissen aan de kant te zetten om beter te luisteren.

Het gesprek gaat als volgt:

‘Vertel eens, het lijkt erop dat jou iets dwars zit. Klopt dat?”

“Mmm, kweenie. Ik vind het gewoon niet fijn om naar bed te gaan.”

“Kennelijk zie je er tegenop. Het lijkt alsof er meer aan de hand is”

“Ik vind het zo donker in mijn kamer”

“Voel je je niet meer zo prettig in het donker?”

“Klopt, ik ben eigenlijk bang als het zo donker is”

“Zo te horen ben je bang om te gaan slapen, omdat je kamer te donker is.”

“Klopt”

“Kunnen we daar een oplossing voor bedenken?”

“Kweenie……”

“Je hebt toch een nachtlampje dat je aan kunt doen?”

“Ja, maar dat helpt toch niet”

“Als ik je goed begrijp is een nachtlampje niet genoeg om je angst te verminderen”

“Klopt ja”

“Is er misschien meer aan de hand waardoor je ineens zo bang geworden bent?”

“Nou, misschien. Als ik mijn ogen dicht doe, zie ik steeds een gemene weerwolf voor me staan”

“Weerwolf?”

“Ja, uit de videoclip van Michael Jackson. Daar verandert Michael Jackson plotseling in een weerwolf. Ik kan het niet uit mijn hoofd zetten”

“Oef, weerwolven. Ik kan me voorstelen dat het een eng beeld is”

“Ik heb ergens gelezen dat je weerwolven kunt verjagen met een spiegel en knoflook. Die wezens hebben een hekel aan de scherpe lucht van knoflook en kunnen niet tegen spiegellicht. Dan slaan ze op de vlucht.”

“Zou dat ook helpen als jij weer zo’n vreselijke weerwolf voor je ziet?”

“Ja, ik denk het wel.”

“Ik heb nog ergens een mandje waar een spiegel in kan met een bolletje knoflook uit de keuken. Dat zal ik dadelijk even pakken.”

“Fijn. Dan leg ik het mandje naast mijn hoofdkussen.”

“ Ik ben blij dat je dit gezegd hebt. Nu weet ik tenminste wat er aan de hand was.”

“Ja. Ik ben ook blij dat ik het heb verteld. Ik zal proberen om voortaan wat eerder naar bed te gaan.”

Opgelucht gaat hij slapen en ineens begrijp ik wat zijn probleem was. Angst voor weerwolven. Wie had dat gedacht? Door actief te luisteren verwoordde ik zijn gevoelens en gedachten. Wie actief luistert, luistert niet alleen naar wat iemand zegt met woorden, maar ook naar wat iemand niet zegt. Mijn zoon voelt zich eindelijk serieus genomen en begrepen. Dat lucht op. Luisteren, had ik dat maar eerder gedaan….

Kinderangsten

Angstgevoelens zijn nuttig. Wie nooit bang is, kent geen gevaar. Bang zijn hoort bij de ontwikkeling van kinderen. Baby’s, peuters, kleuters en oudere kinderen kunnen last hebben van angst voor natuurverschijnselen, dieren, monsters of verlatingsangst. Net zoals mijn zoon bang is voor weerwolven. Door ervaring leren kinderen omgaan met hun angsten en meestal groeien ze hier over heen. Het wordt pas lastig als een kind in zijn angst blijft hangen en belemmerd wordt in zijn dagelijks functioneren. Boos worden, ontkennen of negeren heeft geen zin. Ouders kunnen hulp bieden door te luisteren.

Luisteren

Ieder kind vindt het fijn om gehoord en begrepen te worden door zijn ouders. De Amerikaanse psycholoog Carl Rogers introduceerde het begrip ‘actief luisteren’ als onderdeel van zijn therapie. Psycholoog dr Thomas Gordon werkte deze vaardigheid verder uit. Actief luisteren is onder woorden brengen hoe de ander zich voelt en vooral van toepassing als het kind aangeeft dat het een probleem heeft. Niet om te vertellen hoe het anders moet, want ieder kind is verschillend. Het moeilijkst is om oordelen, adviezen, meningen en analyses achterwege te laten.

Dat dit best lastig is laat het volgende gesprek zien:

“Zeg, je doet zo vervelend de laatste tijd. Je luistert slecht naar ons, waardoor wij steeds boos op jou moeten worden.”

“Ik doe helemaal niet vervelend. Jullie zijn vervelend!”

“Nee, luister nou eens. Jij wil niet naar bed als wij zeggen dat je naar bed moet.”

“Ik ga heus wel naar bed. Maar jullie moeten niet zo zeuren.”

“Wij zeuren helemaal niet. Jij bent de gene die vervelend doet en dwars ligt.”

“Ach houd toch eens op. Ik wil met rust gelaten worden.”

“Ja, laten we ophouden met ruzie maken. Is er iets dat je dwars zit?”

“Neuh, weet niet.”

“Weet niet? Ik denk dat er wel iets is. Vertel eens.”

“Nou, ik ben bang in het donker.”

“Aha, bang in het donker. Doe maar gewoon je nachtlamp aan. Dan is het opgelost.”

“Nou…ik , er is nog iets.”

“Hoezo dan?”

“Als ik mijn ogen sluit zie ik steeds een weerwolf voor me.”

“Joh. Weerwolven bestaan niet. Dat weet je toch zelf ook wel.”

“Weerwolven bestaan wel! Je denkt zeker dat ik gek ben.”

“Je bent heus niet gek. Maar weerwolven bestaan echt niet.”

“Ik hou wel weer mijn mond. Doeg.”

Dit gesprek begint met een verwijt. Het kind voelt zich in de hoek gezet en verdedigt zich. Hij is niet vervelend, maar de ouder is vervelend. Na een open vraag legt hij toch uit wat er aan de hand is. De ouder ontkent dat weerwolven bestaan en bagatelliseert hiermee de angstgevoelens. Het kind voelt zich niet begrepen. Er is kans dat hij de volgende keer helemaal zijn mond houdt en zijn angsten niet meer verwoordt.

Voorwaarden voor actief luisteren:

  • Denk niet aan eigen gevoelens en gedachten. Het gaat om gevoelens van je kind.
  • Luister alleen als je voldoende tijd hebt. Luisteren lukt niet als je haast hebt.
  • Neem gevoelens van kinderen te allen tijde serieus en bagatelliseer ze niet.
  • Accepteer de gevoelens van je kind. Ook al zou je zelf anders reageren.
  • Zie luisteren niet als een trucje, maar wees echt en authentiek.
  • Leef je in en probeer je te verplaatsen in je kind.
  • Wacht met oplossingen aandragen, tenzij je kind daarom vraagt.

Voordat ik naar bed ga tuur ik nog even door het raam om de volle maan te bewonderen. Plotseling hoor ik een raar sissend geluid. Ik schrik. Bestaan weerwolven toch? Dan ontdek ik waar het geluid vandaan komt… Het is gelukkig de afwasmachine!

Auteur: Marre Taal, fotografie Josh Felise